Zo’n dag.

Een rotdag, het overkomt de beste. Maar laat ons eerlijk zijn, het overkomt vooral jou.

Het begin ’s ochtends vroeg al. Nét voor je thuis vertrekt, slaag je er toch nog in om een vlek te maken op je witte hemd. Uiteraard mors je niet zomaar lukraak, maar exact op dat ene plekje waar het onmogelijk te camoufleren valt. Na enkele microseconden interne discussie moet je beslissen of je terugloopt en wat anders aantrekt, of toch vertrekt. In beide gevallen heb je verloren. Oh trouwens, wist je al dat er omleiding is op je route naar het werk?

Het verdere verloop van de dag is niet veel beter, en het zit ‘m in de kleine dingen: je blijft met de lus van je jeansbroek aan de deurklink hangen, je typt en verbetert zes keer dezelfde fout in je sms en – I swear to God – élk. Stoplicht. Is. Rood.

Zoals in elke melige romcom, gaat het eerst slechter voor het beter gaat. Je was even hoopvol toen je jezelf oppepte met het googelen van babykonijntjes in koffiekopjes of die drie stukken chocolade die je in je mond propte (welk dieet?), maar helaas.

Nadat je een bericht gestuurd hebt over je manager náár je manager – oeps – je je Word-document gesloten hebt zonder het op te slaan en je een tweede papercut hebt opgelopen, heb je het wel gehad met je dag. Het is goed geweest, zo kan ie wel weer. Tot je op de klok kijkt en ziet dat het nog maar 10:23 is.

Op dat moment onderscheiden zich drie verschillende types:

De vulkaan:

Je probeert je te beheersen als je balpen voor de vierde keer op exact dezelfde manier van je bureau rolt, maar het is sterker dan jezelf. Je lost een huiveringwekkende oerkreet en lanceert de balpen door de ruimte met een rotvaart: de vulkaan is uitgebarsten.

Het kantoorkneusje, die de hele uitbarsting gemist heeft, komt met de meest ongelukkige timing ter wereld vragen of je al tijd gehad hebt om haar dossier te bekijken. Neen, dat heb je niet, en dat laat je haar weten op een erg passionele manier.

De waterval:

Ja lap, ’t is van dat. Je bijt écht hard op je tanden, maar er is geen ontkomen aan: de sluizen gaan open. Je collega’s kijken ongemakkelijk toe hoe de tranen over je wangen stromen en je langzaam ontpopt tot Simonneke uit Thuis. Uitgerekend vandaag heb je dure mascara aan. Je veegt je tranen af met je mouw maar vergat even dat je vanochtend dat witte hemd had aangedaan. Ach, er zat toch al een vlek op.

De mossel:

Klap, schelp toe. Je moet even weg van alles en iedereen. Het ideale moment om een wandelingetje te maken naar het toilet. Het toilet helemaal achterin de gang op de vijfde verdieping dus. Het is moeilijk je hoofd leeg te maken en je gedachten gestructureerd te krijgen. Je bent al enkele seconden vaag naar jezelf aan het staren in de spiegel van het toilet voor je plots beseft dat je al 35 minuten weg bent van je bureau. Mogelijks hebben je collega’s je al als vermist opgegeven bij Child Focus.

Ongeacht je reactie, heb je de dag overleefd, en dat verdient bloemen. Spreekwoordelijk gezien, natuurlijk, want je gaat vandaag geen onnodig risico nemen door effectief bloemen te gaan kopen. Een trainingsbroek en een zak chips voldoen royaal als beloning.

Opgelucht dat je de dag ein-de-lijk kan afsluiten, kruip je onder de lakens. Licht uit, slaap lekker.

[ insert mug]

 

 

 

Plaats een reactie