Ik ben single. Al even. Hoe dat komt weet ik niet. Ik heb er al over nagedacht en over gepiekerd. Ik heb er zelfs al nachten mijn slaap voor gelaten, want ik moet eerlijk zijn, soms ben ik het ook allemaal zat en weet ik het niet meer. Meestal ben ik een happy single, maar soms ook een unhappy single. Dan wil ik ook graag iemand die mij warm houdt als ik koud hebt. Mijn vrienden, die hier niet over wakker hoeven te liggen, weten het allemaal wel. Ze hebben allemaal wel een idee over wat er mis is. En eigenlijk niet een. Massa’s eerder. En het is natuurlijk allemaal mijn fout. Te kieskeurig is een klassieker. Of ‘ ge zijt een moeilijk mens’. Of ‘de perfecte man bestaat niet, doe wat water bij uw wijn’, om het in hun woorden te zeggen. Sommige zeggen ook dat ik mijn best niet genoeg doe. Dat ik moet daten. Dat hij niet aan mijn deur gaat komen bellen. Precies alsof ik dat niet weet. En precies alsof ik niet date. Ik heb in 2017 heel wat gedate. Bij deze, for once en for all, een kleine bloemlezing van een goedgevuld datejaar.
Om te beginnen was er de jongen waar het allemaal wel goed mee klikte, tot hij mij op een avond tegenkwam bij het uitgaan. Ik was uit met my gay best friend, en stond lichtjes in de wind en Beyoncé gewijs te dansen met die gay best friend. Hij was jaloers. En ik heb hem nooit meer gehoord.
Er was die man, een jaar of tien ouder dan ikzelf, die succesvol en aantrekkelijk was. Wist hij ook van zichzelf. Vond alles wat hij deed fantastisch. Alles wat ik deed werd geminimaliseerd. Van deze liep ik zelf weg.
Ik stuurde wekenlang met een Tinder-match. Er werden de hele dag door berichten heen en weer gestuurd, er werd gebeld en uiteindelijk werd er afgesproken. De dag voor onze date meldde hij me dat hij voor 5 jaar naar Dubai vertrok en vroeg nog lekker casual of ik de date nog zag zitten.
Een knappe Gentenaar die even de perfecte man leek, had het er blijkbaar toch niet voorover om een paar keer per week de afstand Gent-Leuven te overbruggen. Ontgoochelend. En flauw, want zo ver is dat nu ook weer niet.
Er was die jongen die me wekenlang wijsmaakte dat het meisje waar hij vaak mee afsprak, zijn beste vriendin was. En dat er echt niks was tussen hen. Ze viel op vrouwen, ik moest dus geen schrik hebben. Weken later kwam de waarheid dan toch aan het licht: ze waren een koppel.
Ik leerde iemand kennen en het klikte goed. Heel goed. Er waren heel wat dates en ik dacht dat het echt wat kon worden. In mijn hoofd checkte ik stiekem al of onze namen bij elkaar zouden passen als we ooit zouden trouwen. Alles ging goed, tot het serieuzer werd en bindingsangst de kop op stak bij meneer.
Er was de jongen die op een dronken uitgangsavond heel leuk was, en toen we erna afspraken en beide nuchte waren, viel er niets meer te zeggen.
Door een van mijn Tinder-dates werd ik uitgenodigd op een diner. Want hij kon goed koken. Hij wist ook al direct wat hij ging maken. In zijn enthousiasme deed hij mij dat ook uitgebreid uit de doeken. Iets te uitgebreid. Elk ingredïent werd nauwkeurig beschreven en huisbereid. Het was me iets te nauwkeurig, streverig en uitgebreid. Te veel Peter Goossens en te weing Sergio Herman.
Dan waren er ook de jongen waarmee kussen vlotter lukte dan praten, die ene hele mooie maar hele domme man, degene die tijdens onze tweede date vertelde dat hij de dag ervoor seks had met iemand anders, de jongen die eigenlijk een job zocht (ik ben uitzendconsulente) en een date leek hem de ideale manier, de man die enkel passioneel was over zijn vreemde hobbies maar verder helemaal niet en ontelbare mannen, op café en op Tinder, die als puntje bij paaltje kwam, enkel op zoek waren naar een pleziertje voor ene nacht.
Er waren er leuke bij, en minder leuke, bij die dates. Een ding hadden ze echter gemeenschappelijk: het werd nooit echt iets serieus. Ik date dus gewoon nog even lekker verder!
